Maak in een vijzel of keukenmachientje een boemboe van 2 uien, 4 tenen knoflook, 3 centimeter gember, een halve eetlepel sambal, 1 theelepel gemalen laos, 1 theelepel gemalen kurkuma, 1 theelepel gemalen koriander en optioneel een halve theelepel verkruimelde trassi. Voeg eventueel een scheutje water toe om de pasta wat ‘losser’ te maken. Zet de boemboe apart.
Kneus het kontje van 1 serehstengel met de stamper van een vijzel of met een mes. Verfrommel 4 blaadjes djeroek poeroet met je handen. Zo komen de smaken straks beter vrij. Leg dit even apart.
Verhit een eetlepel olie in een soeppan. Leg de serehstengel en djeroek poeroet blaadjes in zijn geheel in de pan en voeg de boemboe uit stap 1 toe. Bak dit aan.
Als de geuren vrijkomen voeg je 500 gram kip (in zijn geheel) toe. Bak de kip kort mee tot het een beetje een kleurtje krijgt.
Schenk hier vervolgens 2 liter water bij. Breng dit langzaam aan de kook en voeg 1 tot 2 eetlepel groentebouillonpoeder of 2 bouillonblokjes toe. Laat dit zachtjes koken tot de kip gaar is. Ondertussen maak je de rest van het garnituur klaar.
Kook 2 aardappels en snijd deze in blokjes. Ook kook je 4 tot 6 eieren hard en bereid vervolgens de rijstnoedels (ongeveer 60 gram per persoon). Snijd bosui in ringetjes en maak 100 gram taugé schoon. Overgiet deze voor het serveren met kokend water.
Proef of de bouillon op smaak is. Voeg indien nodig extra water toe. Breng op smaak met peper, zout en citroensap. Haal de kip uit de pan en haal het vlees van de botjes (of trek het met 2 vorken uit elkaar). Doe de kip terug in de bouillon.
Zet de pan met bouillon op tafel met alle schaaltjes garnering eromheen. Vul je kom met rijstnoedels en stukjes gekookte aardappel. Schep er een royale hoeveelheid bouillon met kip overheen.
Garneer de soep naar wens met taugé, bosui, selderij, gebakken uitjes en fritessticks. Serveer er een hardgekookt eitje, sambal en een partje citroen bij.